Nieuwe norm voor legionellatelling in water

Deventer, maart 2018

In mei 2017 is een nieuwe internationale norm voor de bepaling van legionellabacteriën in water vastgesteld en gepubliceerd, genaamd ‘ISO 11731’. Deze ISO-norm is vervolgens overgenomen door het Europese comité voor normalisatie (CEN) en daarna overgenomen door hun Nederlandse collega’s van NEN. In Nederland is de volledige benaming van de norm sindsdien ‘NEN-EN-ISO 11731:2017 Water - Telling van Legionella’. Deze norm is de opvolger van ‘NEN 6265:2007’ die in Nederland  (vooralsnog) geldt. De nieuwe norm treedt in Nederland in werking met ingang van 1 januari 2019. Nederlandse laboratoria moeten dan een accreditatie hebben, waarbij zij hebben aangetoond bij de Raad voor Accreditatie, dat zij de nieuwe kweekmethode(n) en vereiste handelingen kunnen uitvoeren. Wat verandert er? En hoe staan de laboratoria ervoor? Het antwoord op 6 vragen komt van Marleen Pelgrim, hoofd microbiologie van ons laboratorium Eurofins KBBL in Wijhe.

Waarom een internationale norm?

Al lange tijd is er de wens om internationaal één norm te hanteren als het gaat om de telling van legionellabacteriën in water. Nu is het zover. Waarom is dat zo belangrijk? Pelgrim: “De nieuwe norm is een compromis tussen allerlei landen. Er staan meerdere kweekmethoden in, die je overigens niet allemaal hoeft te kunnen hanteren. In Nederland gaan we denk ik maar 3 van deze methodes gebruiken. Het is een hele uitgebreide norm, omdat alle landen op één lijn moesten komen.” Toch is dat belangrijk. Bijvoorbeeld voor internationaal onderzoek naar legionella en om onderzoeksresultaten met elkaar te kunnen vergelijken. “Nu weten we zeker dat legionella in alle landen op de dezelfde manier wordt onderzocht. Als iemand zegt: ‘ik heb geen legionella in mijn systeem’, kon het tot nu toe zo zijn dat via een andere kweekmethode bleek dat er wel degelijk legionella in het water zat. In Nederland waren de eisen al best wel streng ten opzichte van andere landen. Straks zitten we dus allemaal op één lijn”, vertelt Pelgrim.

Welke rol speelde Nederland?

Nederland is nauw betrokken geweest bij deze herziening van de internationale norm. In dit traject voerde NEN namens Nederland het secretariaat en was Simon in ’t Veld  (destijds microbioloog bij Vitens) projectleider van een deskundige groep internationale experts. Eurofins KBBL werkte mee aan een validatie van een onderzoeksmethode voor de nieuwe norm, waarbij verschillende laboratoria hetzelfde monster moesten onderzoeken. Waarom Nederland zo nauw betrokken is bij de totstandkoming van deze norm, is evident. In Nederland zijn na de legionellaramp van 1999 met 32 doden en 206 ernstig zieken, de regels destijds sterk aangescherpt. In Bovenkarspel ontstond toen een legionella-uitbraak na een bloemententoonstelling, waar bubbelbaden met besmet water werden getoond. De kennis die sindsdien in Nederland is opgebouwd op het gebied van legionellapreventie gaat veel verder dan in veel andere Europese landen.

Wat betekent de nieuwe norm?

Dat er een internationale norm is voor de telling van legionella, wil niet zeggen dat er per land geen verschillen meer zijn in de aanpak van legionellapreventie. “In de nieuwe norm is opgelegd wat er onderzocht moet worden en hoe je het onderzoek moet uitvoeren: de onderzoeksmethoden voor de telling van legionella. Daarnaast staat erin hoe je tot een schatting komt van het aantal legionellabacteriën in de onderzochte watermonsters. Per land blijven er verschillen, die zijn vastgelegd in wetten. Wanneer je het monster moet onderzoeken en via hoeveel tappunten je het monster neemt, is bijvoorbeeld wettelijk bepaald”, verklaart Pelgrim.

Hoe gaat het in z’n werk, zo’n legionella-telling?

Bacteriën kun je niet zien. Pelgrim: “Je moet ze zichtbaar maken, wil je ze kunnen tellen. Dat doen we door het watermonster op een voedingsbodem (plaat) te brengen. Daarin zitten allerlei stoffen waarbij de bacterie zich lekker voelt en gaat groeien. Voor groei hebben bacteriën de juiste temperatuur en zuurstof nodig. Eerst halen we het hele watermonster door een filter, zodat de bacteriën achterblijven en geconcentreerd worden. We brengen dat geconcentreerde watermonster op verschillende voedingsbodems aan en zetten ze vervolgens bij 37 graden in de stoof. Legionella is een langzame groeier. Die platen mag je pas na 7 dagen uit de stoof halen. Elke bacterie is daarna een kolonie geworden: ze hebben zich vermenigvuldigd en zijn zodoende zichtbaar geworden (zie foto 1). Daarom kunnen we ook pas na 7 dagen de uitslag van een legionella-onderzoek doorgeven.” In het watermonster zitten soms meerdere soorten bacteriën. Die bacteriën (zie foto 2) ‘storen’ het opsporen van legionella en moeten daarom worden uitgesloten.

      

Wat verandert er straks in het legionella-onderzoek?

Pelgrim verwacht niet dat de aantallen legionella heel erg zullen verschillen: “De nieuwe norm lijkt best wel op de Nederlandse norm. Wel is er een extra stap: zuurbehandeling.” De belangrijkste verschillen voor Nederlandse laboratoria op een rij:

  1. Er moet een groter volume water genomen worden: nu gaat er 250 ml over het filter. Maar door veranderde behandeling is 500 ml water nodig. Grotere monsterpotten zijn het gevolg. Monsternemers moeten straks het dubbele volume meenemen.
  2. Inzetten binnen 48 uur: tussen de monsternametijd en het in behandeling nemen van het monster mag 48 uur zitten. Nu is dat nog 24 uur.
  3. Zuurbehandeling is een verplichte stap: na de filtratiestap, krijgt het watermonster drie vergelijkingsvarianten, in plaats van twee: onbehandeld, waterbadbehandeling en een zuurbehandeling. Dat gebeurt voordat de bacteriën op de platen komen. Een zuurbehandeling onderdrukt stoorflora die kunnen afleiden van legionella. “Voor het lab is dat een bewerkelijke stap die waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor het maximale aantal monsters dat een analist per uur kan behandelen”, legt Pelgrim uit.
  4. Minder platen: dat geldt voor drinkwater. Afhankelijk van het type water dat onderzocht moet worden, hoeft het watermonster op 1 tot 2 platen minder te worden aangebracht. Voor koeltorenwater en proceswater geldt dat er juist 3 tot 4 extra platen nodig zijn ten opzichte van nu.
  5. Een tussenbeoordeling is vereist: dit is een soort screening om te kijken of er heel veel stoorflora op de plaat zitten. Het lab kan kiezen of dat na dag 2, 3 of 4 gebeurt. Dit is een extra handeling ten opzichte van nu. Pelgrim: “We moeten alle platen uit de stoof halen, allemaal screenen en weer terugplaatsen. Tellen hoeft niet, maar we moeten wel beoordelen of we denken dat er al zoveel andere bacteriën op zitten, dat we na 7 dagen anders de legionellabacteriën niet meer kunnen onderscheiden. Dat vraagt extra arbeidsuren van ons.”

Overgangsfase

De nieuwe norm treedt in Nederland in werking vanaf 1 januari 2019. Laboratoria hebben tot 1 juli 2018 de tijd om aan te tonen dat zij op een juiste wijze kunnen werken volgens de nieuwe norm. De bewijsstukken daarvan leveren zij aan bij de Raad voor Accreditatie (RvA). Als de RvA het goedkeurt, kan een laboratorium de nieuwe methode en vereiste handelingen onder accreditatie uitvoeren, conform de nieuwe norm.

Wat merkt u, als opdrachtgever voor legionella-onderzoek, van de nieuwe norm?

Weinig. Het heeft vooral impact op de laboratoria. Die werken op dit moment al aan de voorbereiding. Wat je als opdrachtgever wel zal merken, is dat monsternemers andere, grotere monsterpotten meenemen en dat er extra water nodig is per monster. “Bij Eurofins KBBL, het laboratorium waar we de watermonsters van C-mark  analyseren, zijn we in februari 2018 gestart met de validatie voor de methode die we hanteren uit deze norm, waarbij we eerst honderden monsters onderzoeken, naast onze reguliere onderzoeken. Daar zal niemand iets van merken, behalve wij als laboratorium. In mei 2018 hopen we alles afgerond te hebben, zodat wij het rapport in kunnen leveren bij de Raad voor Accreditatie (RvA) en zij kunnen valideren. Als we onze accreditatie ontvangen van de RvA gaan we het overgangsmoment bepalen. De opdrachtgever ziet dat terug in onze rapporten. Daarin verwijzen we dan naar de nieuwe norm. We hopen de accreditatie snel te kunnen binnenslepen!”, besluit Pelgrim.

Meer weten?

Wilt u meer informatie over de nieuwe ‘NEN-EN-ISO 11731:2017 Water - Telling van Legionella’? Neem dan contact op met C-mark door op de blauwe button te klikken of bel met één van onze medewerkers via 088- 831 05 00.

<terug

 

Naar online nieuwsbrief: C-mark|Waternieuws 6 in webbrowser

undefined  

Actueel

25 oktober 2018

C-mark groeit!

Wij zoeken werkvoorbereiders(s), teamleider backoffice, monteur(s) waterveiligheid, accountmanager west NL. Ben of ken jij iemand die…

Lees verder

 

Advies nodig?
Neem vrijblijvend contact op 088 - 831 05 00
Vraag direct online advies aan