Legionella in zwembadwater?

"Legionella in zwembadwater, dat kan toch niet?"

“In het zwembadwater zit chloor. Daar kan dan toch geen legionellabacterie in voorkomen?” Dat is een uitspraak die de experts van C-mark vaak horen. Bij zo’n 90% van de monsters die C-mark neemt in opdracht van zwembaden, blijkt uit laboratoriumonderzoek inderdaad dat het zwemwater geen legionellabacterie bevat. Toch werd in de afgelopen jaren in 10% - 12% van alle monsters wel degelijk de legionellabacterie aangetroffen in zwemwater met chloor. Dat in zwemwater met chloor geen legionellabacterie kan voorkomen, blijkt een hardnekkig misverstand te zijn. Hoe zit dat precies? Zwemwater-expert Berry Vonk legt het uit en geeft advies.    

Vonk: “Blijkbaar kunnen er in een zwembad omstandigheden zijn, waarbij de legionellabacterie zich thuis voelt en uitgenodigd wordt tot ‘vrij zwemmen’. Gelukkig komt het relatief weinig voor. Door de huidige wetgeving en kennis bij zwembadtechneuten, installateurs en zwembadbouwers, zien we bij de meeste risico-inventarisaties dat het wel goed zit met de waterkwaliteit en de manier waarop de waterbehandelingsinstallaties zijn aangelegd. En als laboratoriumonderzoek de legionellabacterie aantoont, hoeft dat niet altijd direct een ernstige situatie voor bezoekers op te leveren. Maar er kan wel een groot risico ontstaan als door een storing het chloorgehalte laag wordt. Het is daarom belangrijk direct eventuele betrokken speelelementen uit bedrijf te nemen en grondig onderzoek te doen naar de bron om de legionellabacterie direct te kunnen afdoden. Zo voorkom je besmetting in de toekomst. Daarnaast moet je direct een melding doen van de normoverschrijding bij het bevoegd gezag, volgens Bal artikel 15.17. Bijvoorbeeld bij de regionale uitvoeringsdienst of bij de provincie.”

Wetgeving moet risico’s voorkomen

Je bent verplicht risico’s in het zwembad te laten onderzoeken en, als dat nodig is, preventieve maatregelen te nemen. Dit is als onderdeel vastgelegd in artikel 15.63 van het Bal (Besluit activiteit leefomgeving). Daarmee sluiten de meeste zwembaden de voor de hand liggende risico’s op (explosieve) legionellagroei in zwemwater uit. Zo voorkom je dat de bacteriën (in het meest ongunstige geval) kunnen vrijkomen, waarbij zwemmers of zwembadmedewerkers worden blootgesteld aan het risico op legionellabesmetting.

Legionella: een ‘taaie’ bacteriesoort

Toch komt een legionellabacterie in de praktijk nog voor in zwemwater. Waar gaat het dan mis? Vonk: “De legionellabacterie is in zijn soort een redelijk taaie rakker en een bacterie die zich ten opzichte van andere bacteriesoorten lastiger laat doden door zwemwater met desinfecterende eigenschappen. Zelfs onder gunstige desinfecterende omstandigheden in het zwemwater, bijvoorbeeld bij voldoende vrij beschikbaar chloor in combinatie met een goede zuurgraad (pH), kan een contacttijd met chloor van 30 minuten of meer noodzakelijk zijn om de legionellabacterie af te doden.  En daarom blijft legionellabestrijding altijd een punt van aandacht.”

Het grootste risico in het zwembad

Zwemmers of omstanders lopen in de omgeving van aerosolvormende speelelementen het grootste risico vrijkomende aerosolen (zeer kleine vernevelde waterdruppeltjes in de lucht) te inhaleren. Wie met legionella besmette aerosolen inhaleert, heeft kans op legionellalongontsteking of legionellagriep. De mogelijke gevolgen voor patiënten en zwembaden zijn immens.  

Legionella rond aërosolvormende speelelementen voorkomen

Extra belangrijk is het daarom om te voorkomen dat legionellabacteriën levend kunnen vrijkomen op plaatsen waar aerosolvorming optreedt. Niet voor niets vormt het risico op legionella een belangrijk onderdeel in de verplichte risico-inventarisatie (Bal Artikel 15.63 en 15.64). Daarbij is het belangrijk dat het water voldoende desinfecterend vermogen heeft. Tegelijkertijd is de noodzakelijke contacttijd van belang die chloor nodig heeft om een legionellabacterie af te doden. Anders gezegd: de route die de bacterie aflegt in de zwemwaterbehandelingsinstallatie en de tijd waarop het chloor zijn werk kan doen in het watercirculatiesysteem. “Liever zien we natuurlijk geen enkele plek waar de bacterie zich prettig voelt in een zwembad en in de bijbehorende waterbehandelingsinstallatie. Door kritisch naar het gehele systeem te (laten) kijken, kun je vaak al veel voorkomen. Zo zijn leidingdelen waarin zwemwater niet continu circuleert altijd een punt van aandacht”, vertelt Vonk

De oorzaken

Stagnatie van het zwemwater kan aanleiding zijn tot groei van legionellabacteriën. “Daar waar zwemwater stilstaat en niet frequent genoeg wordt behandeld, gaat het desinfecterend vermogen van het water snel achteruit. Daarmee daalt ook het vermogen om de vorming van micro-organismen en dus bacteriën tegen te gaan. Een voorbeeld: een leegloop-leiding die vol staat met niet-circulerend water. Als een bassin nauwelijks of nooit wordt geleegd, staat het water in de leegloop-leiding tot aan de afsluiter stil. Dat water is wel op temperatuur. Wanneer dat water wel in contact komt met het bassinwater, door het rooster op de bodem van het zwembad, kunnen de aanwezige bacteriën in het zwemwater terecht komen. Als er dan ook nog een aanzuigpunt voor aerosolvormende speelelementen in hetzelfde bassin aanwezig is, laat het zich raden wat mogelijke gevolgen kunnen zijn”, aldus Vonk.

Andere voorbeelden van kritische punten in een zwemwaterinstallatie met stilstaand water, zijn onder andere:

  • peilglazen op een bassin of zwembadbuffer;
  • (langere) aftapleidingen op filters;
  • aanzuigbeveiligingen op basis van niveaudetectie die nog wel voorkomen in oudere installaties.

Door de vorming van biofilm ontstaat er een voedingsbodem voor legionellabacteriën. Eenmaal gevormde biofilm laat zich onder invloed van chloor vaak slecht afbreken en is daarmee lastig te verwijderen. 

Kortom: alle elementen in het zwembad of in de zwemwaterbehandelingsinstallatie waar het water niet of slecht circuleert en waar water zonder desinfectiekracht en chloor huist, kan aanleiding zijn voor een legionellaprobleem. Vonk: “Dit kun je oplossen door op die plekken handmatig door te spoelen. Dan staat het water niet stil, maar is er desinfecterend water met chloor aanwezig. Ik raad altijd aan om, waar dat mogelijk is, het technisch op te lossen en te automatiseren, om de risico’s verder te verkleinen.”

Filters met geactiveerde kool

Een ander, niet te onderschatten risico is het toepassen van geactiveerde kool in de waterbehandelingsinstallatie. Geactiveerde kool wordt veelal toegepast om het ureumgehalte in het water te verlagen. Vaak wordt voor de ureumreductie een apart biologisch filter geplaatst, waar een deel van het zwembadwater wordt behandeld. Soms wordt de geactiveerde kool op het filterpakket in een zandfilter aangebracht, waarbij het totale debiet aan zwemwater wordt behandeld. We spreken dan van een ‘meerlaagsfilter’. “In beide gevallen is de werking van de geactiveerde kool gebaseerd op bacteriegroei. Het geactiveerde kool breekt namelijk het chloor af, waardoor er bacteriën kunnen groeien. De bacteriën breken ureum af, die zij zien als hun ‘boterham’. Er kan ook vermeerdering van legionellabacteriën plaatsvinden. Er ontstaat immers een chloorvrije zone en de watertemperatuur is veelal ideaal voor groeiomstandigheden. Dit zou je kunnen zien als de kraamkamer van de legionellabacterie”, legt Vonk uit. Eventuele ‘vrije’ legionellabacteriën die net uit het geactiveerde koolfilter komen, zullen moeten worden gedood onder invloed van de desinfectiekracht van het zwemwater, in combinatie met een voldoende lange contacttijd met chloor. Vonk: “Belangrijk hierin is dan wederom dat het water dat net uit het geactiveerd koolfilter komt en nog wordt behandeld, niet te snel kan vrijkomen via aerosolvormende speelelementen. Veelal wordt een basis-chloordosering toegepast op het water dat net uit het geactiveerd koolfilter komt, om er zo zeker van te zijn dat er tijdens circulatie een hoeveelheid chloor wordt meegegeven aan mogelijk besmet water. Dat is op zich een goede zaak, mits de contacttijd ook voldoende lang is.”

Beluchting

Tot slot nog de elementen waar sprake is van beluchting. Bekende voorbeelden hiervan zijn whirlpools, bruisbanken, borrelplaten of bubbels. Door het beluchten ontstaat er veelal aerosolvorming in en vlak boven het water, waarbij water en lucht via de luchtleiding in het bassin terechtkomen. “Dat water kan langer hebben stilgestaan in die luchtleiding, bijvoorbeeld bij een (langdurig) uitgeschakelde blower die normaal regelmatig als een föhn door het water luchtbellen omhoog blaast. Ook hier geldt dat je stagnatie zoveel mogelijk moet voorkomen. Er zijn technische oplossingen mogelijk, die we in kaart kunnen brengen”, vertelt Vonk.

Vonk: “Kortom, desinfectie is niet alleen belangrijk in het bassin waarin gezwommen wordt, maar ook in bepaalde delen van de waterbehandelingsinstallatie. Het liefst willen we natuurlijk nergens legionellabacteriën aantreffen, niet in het bassin en ook niet in de waterbehandelingsinstallatie!”

Meer weten?

Wil je meer informatie over het voorkomen van legionella in zwemwater of wil je de risico’s in kaart brengen op jouw locatie en voor jouw specifieke situatie? Neem dan contact op met de specialisten van C-mark. Bel met ons kantoor via telefoonnummer 088-831 05 00 of klik hieronder op de contactbutton.