Nieuwe PFAS-regels voor eigen waterwinning

Wat betekent dit voor jouw organisatie (camping of foodbedrijf)?

Gepaatst op 4 juni 2026

Sinds 12 januari 2026 gelden in Nederland nieuwe Europese regels voor per‑ en polyfluoralkylstoffen (PFAS) in drinkwater. Deze regels zijn vastgelegd in de herziene EU Drinkwaterrichtlijn (EU) 2020/2184. Vooral voor campings, recreatiebedrijven en foodbedrijven met een eigen bron of winning heeft dat directe gevolgen. Waar moet je precies aan voldoen als je zelf water onttrekt uit de bodem?

“Veel organisaties realiseren zich nog niet dat zij in feite een klein drinkwaterbedrijf zijn”, vertelt C-mark’s waterveiligheidsexpert Ger Hulshof. “Als je zelf water onttrekt uit de bodem en dat beschikbaar stelt voor consumptief gebruik, bijvoorbeeld om te drinken, koffie mee te zetten of te douchen, dan krijg je als ‘Zelfstandige Collectieve Voorziening’ ook te maken met wettelijke meetverplichtingen.”

Voor organisaties met een eigen winning

De grootste impact ziet Ger bij organisaties die zelf grondwater oppompen. Denk aan campings, recreatieparken en foodbedrijven. “Op de Veluwe zie je bijvoorbeeld veel campings met een eigen winning”, legt hij uit. “In de winter verblijven daar doorgaans een beperkt aantal mensen, maar in de zomer honderden. Dan heb je enorm veel water nodig. Waterbedrijven kunnen die volumes niet altijd leveren. Door watercongestie zie je dat steeds meer organisaties naar alternatieve bronnen zoeken. Als oplossing zien zij dan een eigen winning van drinkwater.”

Voor foodbedrijven speelt nog iets extra’s mee. “Wanneer water in contact komt met voedsel of wordt gebruikt als proceswater bij voedselbereiding, moet het voldoen aan de drinkwaternormen. Dan krijg je dus ook met PFAS-regelgeving te maken.”

Wat verandert er precies?

De nieuwe regelgeving verplicht organisaties om PFAS structureel mee te nemen in hun waterkwaliteitsbeheer. Daarbij gaat het niet alleen om meten, maar ook om vastleggen, beoordelen en handelen bij overschrijdingen.

De richtlijn introduceert duidelijke grenswaarden van deze parameters:

  • Som van PFAS‑20
    De som van 20 geselecteerde PFAS‑stoffen
    Grenswaarde: 0,10 µg/L (100 ng/L)
  • PFAS Totaal
    De som van alle per‑ en polyfluoralkylstoffen
    Grenswaarde: 0,50 µg/L (500 ng/L)
    Lidstaten mogen deze parameter gebruiken in plaats van of naast Som van PFAS‑20.

De regelgeving is inmiddels ingegaan. Niet alleen voor PFAS trouwens, maar ook voor een aantal andere stoffen. “Wij hebben onze onderzoekspakketten daar inmiddels op aangepast, zodat klanten automatisch voldoen aan de huidige monitoringseisen. Daarnaast moet je zorgen voor adequate documentatie, rapportage en communicatie (in het geval van een overschrijding)”, vertelt Ger.

De Europese Commissie publiceerde in 2024 technische richtlijnen voor de analyse van Som van PFAS en PFAS Totaal. Deze richtlijnen zorgen voor eenduidige en vergelijkbare meetresultaten binnen de EU en zijn verplicht bij wettelijke monitoring.

De wettelijke toetsing vindt vooral plaats op behandeld drinkwater: het water dat uiteindelijk beschikbaar komt voor gebruik. Maar volgens Ger kan het ook verstandig zijn om verder terug in het systeem te kijken. “Door ook ruwwater te meten, krijg je inzicht in wat je daadwerkelijk oppompt. Daarmee kun je beter beoordelen of aanvullende waterbehandeling nodig is.”

Hoe vaak moet je meten?

“Je moet jaarlijks kunnen aantonen dat je voldoet”, zegt Ger. “Bij veel organisaties zal dat starten met één meting. Als daaruit blijkt dat je geen verhoogde waarden hebt, is er vaak geen directe urgentie. Dan volstaat jaarlijks meten. Zie je wel overschrijdingen? Dan kom je in een heel ander traject terecht.”

In dat geval zijn aanvullende metingen, herbemonstering en overleg met toezichthouders noodzakelijk.

Wanneer is een winning kwetsbaar voor PFAS?

Volgens Ger speelt vooral het type bron een belangrijke rol. “Bij diepe grondwaterwinningen verwacht ik meestal geen grote PFAS-problemen, omdat dat vaak honderden tot vele duizenden jaren oud water is uit een periode komt waarin PFAS nog niet voorkwam. Maar ondiepe winningen, of winningen met oppervlaktewater of oeverinfiltraat als grondstof voor de drinkwaterproductie zijn veel kwetsbaarder. Ook is het mogelijk dat een stof als Trifluorazijnzuur (TFA) een ultrakorte PFAS die extreem mobiel is en door een lek of scheur alsnog het diepe grondwater zou kunnen bereiken. TFA zit overigens nog niet eens bij de 20 PFAS-soorten die we nu moeten onderzoeken.”

Ook ontwikkelingen in de omgeving kunnen invloed hebben. “Je ziet bijvoorbeeld steeds meer systemen die bij de aanleg of gebruik daarvan de kwaliteit van het grondwater kunnen beïnvloeden, zoals water/water-warmtepompen of diepinfiltratiesystemen. Daardoor kunnen stoffen alsnog richting dieper grondwater of een winning bewegen.”

In West-Nederland worden volgens Ger hogere waarden gevonden, mede doordat daar vaker oppervlaktewater wordt gebruikt als grondstof voor drinkwaterproductie.

Wat als je een overschrijding meet?

Bij overschrijding van de norm ontstaan wettelijke verplichtingen. Je moet dan maatregelen nemen om de PFAS-concentratie te verlagen en ook toezichthouders zoals IL&T of NVWA informeren. “Dan kijk je eerst: klopt de meting? Als uit de herbemonstering (contra-expertise) ook een overschrijding blijkt, beoordeel je hoe ernstig de situatie is en wat nodig is om de concentratie terug te brengen”, vertelt Ger.

Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld:

  • aanvullende zuivering met actieve kool of ionenwisseling;
  • gebruik van een alternatieve bron;
  • mengen met leidingwater;
  • beperking of tijdelijke sluiting van een winning.

“Dat soort oplossingen zijn technisch vaak goed mogelijk, maar ze vragen soms wel investeringen.”

De regels worden later nóg strenger

Vanaf 2028 komt daar nog een aanvullende norm bij voor vier specifieke PFAS-stoffen: PFAS-4. De grenswaarde daarvan ligt aanzienlijk lager dan de huidige PFAS-20 norm. “Die PFAS-4 stoffen zitten nu al in het bestaande analysepakket”, zegt Ger. “Het is dus verstandig om nu al te kijken hoe hoog die waarden zijn. Dan kom je later niet voor verrassingen te staan.”

PFAS bestaat niet uit één stof, maar uit een grote groep stoffen die gezamenlijk bijdragen aan gezondheidsrisico’s”, legt Ger uit. “Er bestaan heel veel PFAS-verbindingen en wetenschappelijke inzichten ontwikkelen zich nog steeds. Daarnaast krijgen we PFAS niet alleen binnen via drinkwater, maar ook via voedsel, consumentenproducten en zelfs via bepaalde cosmetica”, vertelt hij. “De Wereldgezondheidsorganisatie gaat er nu vanuit dat drinkwater maximaal ongeveer twintig procent mag bijdragen aan de totale PFAS-blootstelling. Maar wetenschappelijke inzichten ontwikkelen zich voortdurend. Het is niet uitgesloten dat die grens in de toekomst verder omlaag gaat. Daarom is de verwachting dat normen in de toekomst mogelijk verder worden aangescherpt of dat er stoffen worden toegevoegd aan de verplichte monitoring.”

Niet alleen PFAS

Naast PFAS gelden sinds 2026 ook nieuwe verplichtingen voor andere parameters, afhankelijk van de situatie. Denk aan: bisfenol A, chloraat, chloriet, gehalogeneerde azijnzuren, microcystine-LR of uraan.

“Maar de parameters chloraat, chloriet of gehalogeneerde azijnzuren zijn alleen relevant als organisaties chloor gebruiken voor desinfectie van drinkwater en de parameter Microcystine-LR geldt alleen bij gebruik van oppervlaktewater als grondstof voor de drinkwaterproductie”, legt Ger uit. “Voor veel bedrijven is dat dus helemaal niet van toepassing. Wel van toepassing zijn de parameters bisfenol-A en uraan. Deze parameters zijn aan het onderzoekpakket toegevoegd en worden dit jaar ook bemonsterd.”

Meer weten?

Heb je vragen over de nieuwe regels? Onze experts helpen je graag van monstername en monitoring tot interpretatie van resultaten en advies over vervolgstappen. Neem contact met ons op. Klik hieronder op de groene button.

<terug